Mevrouw B. (35) wordt verdacht van het witwassen van gestolen geld. Zelf is ze niet aanwezig bij de hoorzitting. Mevrouw heeft straat- en smetvrees. Volgens de advocaat gaat het bergafwaarts met mevrouw B. sinds de vorige zitting.

November 2010, bij het GWK in Delft wordt een kluis gekraakt, de buit is € 325.000,-. Waaronder veel buitenlandse valuta.

Eén van de daders is haar broer Y. Hij geeft haar geld om het vervolgens bij de Haagse Markt wit te wassen. Mevrouw B. geeft geld aan haar vriendin om het te bewaren.  Broer Y. reist inmiddels af naar Turkije.

De politie doet onderzoek, waaronder telefoontaps,  en komt bij de vriendin uit, zij geeft het geld aan de politie. Dat was onder andere Zuid-Koreaanse Won.  Dit geld kan alleen gewisseld worden bij het GWK. Dat was bewijs genoeg voor de politie.

De politie doet ook onderzoek in het huis van mevrouw B. Zij zien daar nieuwe spullen staan, ze vertrouwen het niet en nemen van alles in beslag.  Volgens de politie heeft zij  dit gekocht met het gestolen geld. Mevrouw B. heeft een uitkering en kan dat niet betalen.  Zij zegt tegen de politie dat zij dit op marktplaats heeft gekocht. Uiteindelijk kon ze aankoop bonnen laten zien en de spullen werden terug gebracht.

Ze voelt zich door de politie erin geluisd. De verklaringen kloppen niet en de politie vat het hele verhoor samen op hun eigen manier.  De tapgesprekken worden verkeerd geïnterpreteerd.  Een heksenjacht noemt de advocaat het.

De advocaat vind een voorwaardelijke straf genoeg. Dan hoeft ze niet te werken.  Mevrouw B. is afgekeurd en kan niet werken.  Ze wil  wel  een eigen beauty salon aan huis beginnen. In 2011 heeft mevrouw een screening gedaan waaruit blijkt dat zij thuis een beauty salon kan beginnen.  Mocht ze toch een werkstraf krijgen, dan zou ze dat het liefst thuis doen.

De Officier van Justitie eist een werkstraf van 100 uur of 50 dagen gevangenisstraf.

Uitspraak 3 september 2012.

Uitspraak: 40 uur werkstraf of 20 dagen hechtenis.

Advertenties