Meneer L. komt al roepend de rechtszaal binnen, zijn website is offline gehaald en de tijd van de zitting  klopt niet.  Hij begint direct met zijn verweer.

Meneer L. heeft een waxinelichthouder naar de Gouden Koets gegooid. Twee jaar geleden met Prinsjesdag.

Meneer L. (31) zit bij het hof voor hoger beroep.  Hij heeft vooral het woord.  Het woord ‘sabotage’ vliegt men om de oren.  Hij noemt de zitting sabotage. Noemt de aangiftes vals. Valse bedreigingen.  ‘Van de rechtbank kun je alles verwachten’ zegt hij.  Hij wil de benadeelden zien. Hij draait zich om naar de zaal om te kijken wie zijn vinger op steekt.

Niemand.

Hij wil weten hoe de rechter aan de waarheid  komt zonder benadeelden.

‘Ik zit hier niet voor mijn lol’,  zegt hij diverse malen.  ‘Het OM heeft de zaak al 3x gesaboteerd’ zegt hij. Dit herhaalt hij later nog een paar keer.

Meneer L. wil alles bespreken, de rechter zegt dat alles al aan de orde is geweest. Meneer L. zegt dat hij het wetboek eens beter moet lezen.  Daar heeft hij recht op.

De rechter begint over zijn persoonlijke omstandigheden. Meneer L. heeft  een HBO toeristenopleiding gedaan en in Antwerpen gewerkt. Daarna is hij terug gegaan naar Nederland. Zijn moeder heeft zelfmoord gepleegd.

Bij huiszoeking zijn meerdere waxinelichthouders gevonden.

Twee jaar geleden op Prinsjesdag  riep hij woorden als: ‘nazi’s’, ‘oplichters’ en ‘verraders’.

Meneer L. roept voornamelijk naar de advocaat generaal, maar de man reageert niet.  Hij zegt dat er website van internet zijn afgehaald waar hij in werd beledigd, zoals ‘psychopaat’ en  ‘verward’.  Hij vind dat beledigend.

Op het moment dat de advocaat generaal het woord krijgt roept meneer L. er doorheen. De man heeft nog geen woord gezegd.  Meneer L. protesteert en roept op tot wraking.  Hij wraakt het hele hof.  De rechter vraagt op welke gronden.  Meneer L. heeft er 8.

  1. Het continu saboteren van alle rechtszaken.
  2. Meneer L. wil de valse aangevers zien.
  3. Alle rechters vindt hij partijdig.
  4. Hij wil de wrakingskamer wraken.
  5. Zijn moeder is in Duitsland overleden en de rechterlijke macht gaat tot aan de grens.
  6. Hij kan zich niet vereenzelvigen met de rechtszaak, hij kan zich niet vinden in het rechtssysteem.
  7. Het OM en de rechters tonen minachting voor hem.
  8. De planning van de rechtszitting.

De rechters vinden dit voldoende om de zitting te schorsen. Deze wordt voortgezet op 26 september 2012.

De advocaat van meneer L. is niet aan het woord geweest.

Advertenties