De rechtszaak begint zonder verdachte. Volgens de advocaat kan Paul het emotioneel niet aan.  Het is te zwaar voor hem.

Paul (43) wordt verdacht van ontucht met Lucas (10), het zoontje van zijn vriendin. Dat was in april 2010, toen Lucas 8 jaar was.

Paul heeft zijn vingers in het onderbroekje van Lucas gestopt.  Hij bewoog zijn vingers tegen Lucas’ piemel en hij kroelde.  Dat gebeurde op de overloop. Paul stond achter Lucas en maakte zijn broek open.

Lucas’ moeder heeft aangifte gedaan en Paul het huis uitgegooid.

Zowel Lucas als Paul zijn verhoord.

Paul heeft gezegd dat hij op verzoek van de moeder van Lucas heeft gekeken of zijn balletjes zijn ingedaald. Moeder ontkent. Zij zegt dat het niet waar is. Paul ontkent dat hij Lucas heeft betast.

Lucas  vertelde pas 3,5 maand later dat hij door Paul is betast.  De zedenrechercheur heeft vragen gesteld. Lucas vertelde over de overloop maar ook over de slaapkamer, dat daar ook iets is gebeurd. Ze rechercheur vraagt verder en Lucas zegt dat dat van de slaapkamer een verzinsel  is. De rechercheur vraagt of het van de overloop ook  een verzinsel is. ‘Dat is wel waar’,  zegt hij.

De moeder heeft het niet gezien, ze heeft het gehoord van haar vriendin. De advocaat zegt dat de vriendin de moeder  van Lucas en Paul uit elkaar wil krijgen en dat ze het daarom heeft gezegd, van Paul en Lucas.

Er zijn tegenstrijdige verklaringen. De vriendin en de moeder zeggen dat het in de woonkamer op de loungebank is gebeurd en Lucas zegt op de overloop.

Lucas zei eerst tegen zijn moeder dat het niet is gebeurd. Moeder zei dat Lucas haar goed aan moest kijken.  Toen zij hij dat het 1x is gebeurd.  De advocaat gelooft het eerste, dat het niet is gebeurd.

De advocaat denkt dat er misschien een valse aangifte is gedaan en zij eist vrijspraak. Ook omdat de zaak al 2,5 jaar duurt. Het zou eerst voor de politierechter komen maar de zaak is te groot.  De advocaat vindt dat er te weinig bewijs is en dat Paul al meer dan 2 jaar in onzekerheid leeft.

De officier van justitie vindt het ook te lang duren, hij vindt dat de zaak compensatie verdient.  Hij eist een werkstraf van 114 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf  van 6 weken met een proeftijd van 2 jaar.

Paul is 2x getrouwd geweest en hij is  postbode van beroep, verder heeft hij een aanvullende uitkering en hij heeft een nieuwe vriendin. Het zou Paul niet uitkomen om naar de gevangenis te gaan,dan is hij zijn baan kwijt. Paul heeft een blanco strafblad.

De rechters willen meer informatie over de zedenrechercheurs.  Of zij wel gekwalificeerd zijn, dat was namelijk onduidelijk.  De rechtbank heeft te weinig feiten.

De zaak wordt aangehouden voor onbepaalde tijd.

Advertenties